Onderzoek ganzen foerageergebieden Fochteloërveen

Opdrachtgever: Gemeente Assen
Jaar van uitvoering: 2008 - 2009
Contactpersoon: Harold Steendam

In de winter van 2008-2009 is door Buro Bakker een onderzoek uitgevoerd naar de grootte van het totale foerageergebied van de Toendrarietganzen die naar het Fochteloërveen komen om te slapen. Dit als onderdeel van de toetsing aan de Natuurbeschermingswet van de gebiedsontwikkeling rondom de Norgerbrug. Deze gebiedsontwikkeling vindt deels plaats in een gebied waar de ganzen foerageren. Om het effect van het verlies van dit gebied voor de ganzen nauwkeurig te bepalen, was inzicht in de totale grootte van het foerageergebied noodzakelijk.

Het veldwerk spitste zich toe op het lokaliseren van overdag foeragerende ganzen in het onderzoekgebied en het volgen van deze ganzen richting hun slaapplaats. Tijdens het veldwerk zijn foeragerende groepen ganzen ingetekend op kaart. Op strategische plekken in de buurt van één van de overdag gevonden foerageergebieden werden de vliegbewegingen van de ganzen gevolgd.

Van de in het veld verzamelde gegevens zijn kaarten gemaakt. Hierop is aangegeven welke foerageergebieden gekoppeld zijn aan de slaapplaats Fochteloërveen. Ook andere ganzenslaapplaatsen in de omgeving van het Fochteloërveen zijn in kaart gebracht.

Fochteloerveen Rietganzen 3 cp

Met dit onderzoek is een goed beeld verkregen van het totale foerageergebied van Toendrarietganzen rond het Fochteloërveen en het belang van dit gebied als slaapplaats. Meer specifiek kwam naar voren dat het foerageergebied van ganzen die in het Fochteloërveen komen slapen sterk begrensd is. Ganzen die buiten dit gebied foerageren gaan ook op andere plekken slapen.

Verder kwam naar voren dat de vliegafstand van foerageergebied naar slaapplaats rond het Fochteloërveen korter is dan in andere gebieden. Dit omdat er in de omgeving van het Fochteloerveen een ruim aanbod is aan geschikte slaapplaatsen en hieraan gekoppelde foerageergebieden. Hierdoor hoeven de ganzen minder energie te verspillen met het heen en weer vliegen tussen slaapplaats en foerageergebied en kunnen ze zich sneller aanpassen aan een veranderende voedselaanbod en de weersomstandigheden.

[ssba]