Monitoring spoorbermen ProRail

Monitoring spoorbermen ProRail

Opdrachtgever: ProRail
Jaar van uitvoering: 2018
Contactpersoon: André Kloosterman

In opdracht van ProRail zijn de spoorbermen in de provincies Noord- en Zuid-Holland, Zeeland, Gelderland, Noord-Brabant, Flevoland en Utrecht onderzocht op flora en fauna. In het kader van bermbeheerplannen zijn in het verleden diverse flora- en faunaonderzoeken uitgevoerd, maar deze gegevens zijn verouderd. In 2018 is dit daarom opnieuw in kaart gebracht. De monitoring is gericht op beschermde (en Rode lijst) flora en faunasoorten en probleemsoorten (invasieve exoten). Tevens is gelet op vogelslachtoffers langs het spoor. De gegevens worden gebruikt voor het beheer van de spoorbermen.

Flora

In de omgeving van Veenendaal en Rhenen zijn de Rode Lijstsoorten Kruipbrem, Hondsviooltje, Bosaardbei, Jeneverbes en Bochtige klaver aangetroffen. In Utrecht is de Dauwnetel aangetroffen en nabij Breukelen de Bijenorchis. Er zijn op enkele plaatsen (invasieve) exoten waargenomen, namelijk Amerikaanse vogelkers en Japanse duizendknoop. Langs de Betuwelijn is veel Grote tijm aangetroffen en ook is de beschermde Kartuizer anjer veel gezien.

Amfibieën en reptielen

De kamsalamander is bij het veldonderzoek op diverse plaatsen aangetroffen. De soort komt vooral voor in betonnen duikers die onder de Betuwelijn doorlopen. Deze duikers zorgen er voor dat de populaties niet gescheiden worden door de Betuwelijn. In de buurt van Lunetten is de Zandhagedis aangetroffen. Het gebied is geschikt door de vele kale plekken met zand, afgewisseld met meer structuurrijke vegetatie (schuilplekken). Tijdens het veldwerk zijn twee waarnemingen van een Levendbarende hagedis gedaan. Opvallend is dat binnen de onderzochte gebieden de Levendbarende hagedis niet samen voorkomt met de Zandhagedis. De Levendbarende hagedis heeft een voorkeur voor een iets koeler, vochtiger microklimaat. De Hazelworm komt samen met de andere hagedissen voor op de zandgronden. Tijdens het veldwerk zijn geen waarnemingen van hazelwormen gedaan, maar de trajecten zijn door de aanwezigheid van bossen, struiken, zandgrond en houtwallen zeer geschikt voor deze soort. De Ringslang is aangetroffen op zonnige plaatsen, nabij een geluidsscherm, in de buurt van struikgewas en/of dood hout. Er zijn echter diverse plaatsen waar een snelweg of een kanaal een barrière vormt tussen de spoorberm en een nabije ringslangpopulatie.

Zandhagedis langs het spoor ter hoogte van Lunetten.

Insecten

Ten noordwesten van Utrecht, langs de lijn richting Amsterdam is tweemaal een Vroege glazenmaker waargenomen, een minder algemene libel. Nabij Rhenen en Veenendaal is het Bruin blauwtje waargenomen, eveneens een minder algemene vlinder.

Bruin Blauwtje.

Vogelslachtoffers bij geluidsschermen

Voornamelijk op locaties met een geluidsscherm zijn veel dode vogels aangetroffen en dan met name grote vogels (Buizerd, Ekster, Zwarte kraai, Fazant). Uit het veldwerk blijkt dat in bebouwde gebieden meer dode vogels worden aangetroffen dan in open gebieden. Een mogelijke verklaring is dat in open gebieden de vogels doorgaans op de lijnen of op de geluidsschermen gaan zitten. Vandaar kunnen ze goed wegkomen bij een naderende trein. Soorten als Buizerd en Torenvalk laten zich doorgaans bij het wegvliegen eerst een stukje naar beneden vallen om snelheid te krijgen. Als ze dit vanaf de geluidswal richting het spoor doen dan is de kans aanwezig geraakt te worden door een trein. Dat er veel minder kleine vogels worden gevonden is dan ook niet vreemd, die vliegen namelijk rechtstreeks op en worden dan niet geschept door een trein.

Door een uitgebreid onderzoek naar aanwezigheid van beschermde soorten rondom het spoor is er een goed beeld verkregen van de aanwezige soorten. Deze informatie vormt de basis voor het beheer van de spoorbermen in de komende jaren.

[ssba]