Florakartering Ameland

Opdrachtgever: Staatsbosbeheer
Jaar van uitvoering: 2017
Contactpersoon: André Kloosterman

In 2017 is er op Ameland een florakartering uitgevoerd in opdracht van Staatsbosbeheer. Door middel van een florakartering kan de verspreiding en rijkdom bepaald worden van kwalificerende SNL-soorten, Rode Lijst-soorten en typische soorten van Natura 2000 habitattypen.

Op Ameland komen er veel verschillende habitattypen voor, wat onder andere komt door de invloed van zee en wind. Vanaf het Noordzeestrand wordt kalkrijk zand aangevoerd, waardoor het kalkgehalte in de aangrenzende, jonge duinen hoger is dan in de oudere duinen, waar het kalk door uitspoeling is verdwenen. Daarnaast stroomt het grondwater door diepere kalkrijke grondlagen, waardoor er aan de randen van het eiland kalkrijke kwel opkomt. In de natuurgebieden van Staatsbosbeheer worden delen begraasd met Hereford runderen, Soay schapen en enkele IJslandse pony’s. Verder houden konijnen de vegetatie kort in de duinen. Daarnaast worden er jaarlijks delen grasland gemaaid en is er in de afgelopen jaren op verschillende plekken geplagd in het kader van kleinschalig duinherstel.

In totaal zijn er in het gekarteerde gebied op Ameland 87 karteersoorten aangetroffen, waarvan
er 39 soorten op de Rode Lijst staan. Een deel van de vochtige heide is in de winter van 2014-2015 geplagd. Er is een stukje ongemoeid gelaten, waar de kwalificerende soort Klokjesgentiaan vrij algemeen is aangetroffen.

Klokjesgentiaan

In het geplagde deel van de heide komen Oeverkruid en Dwergzegge voor. Kenmerkend voor de duinvalleien is het voorkomen van een tweetal soorten van de Dwergbiezenklasse, namelijk Dwergbloem en Dwergvlas. Deze soorten zijn aangetroffen in vrijwel alle vochtige duinvalleien. Dwergvlas en dwergbloem zijn sinds de vorige kartering fors in aantal toegenomen. Reden voor de toename zou een gemiddeld hogere grondwaterstand kunnen zijn. De duinvalleien staan ’s winters en in het voorjaar langer onder water, waardoor de vegetatie een pionier karakter houdt. Ook kan het vee de bodem wat makkelijker opentrappen, waardoor meer geschikte groeiplekken voor deze soorten ontstaan. Draadgentiaan is bij de vorige kartering in 2010 niet aangetroffen, maar in 2018 wel. Opvallend genoeg is deze soort bij een kartering in 1998 op ongeveer dezelfde plek aangetroffen als waar de soort nu voorkomt. Rond 2010 is de soort mogelijk weg geweest, maar heeft zich vrij snel weer gevestigd. Mogelijk kan zich hier in de komende jaren een stabiele populatie ontstaan. De Moeraswespenorchis is nieuw verschenen in een vochtige duinvallei in de Roosduinen, maar de soort is verdwenen uit het Hagedoornveld. Mogelijk heeft verruiging en verzuring van het gebied hem de kop gekost. Welriekende nachtorchis is in deze kartering voor het eerst aangetroffen. Gevlekte orchis is nog steeds zeldzaam in het karteergebied, maar er is wel een lichte uitbreiding van het aantal groeiplekken.

De kartering wordt door Staatsbosbeheer gebruikt om de resultaten van het beheer te evalueren en waar nodig het beheer aan te passen. Daarnaast is het voorkomen van een deel van de aangetroffen plantensoorten van belang voor het beoordelen van de kwaliteit van beheer- en habitattypen.

[ssba]