Fan swiet nei sâlt (Van zoet naar zout)

Opdrachtgever: It Fryske Gea
Jaar van uitvoering: 2018
Contactpersoon: Dagmar Heidinga

Met het project ‘Fan swiet nei sâlt’ (Van zout naar zout) geeft It Fryske Gea in samenwerking met het Wetterskip Fryslân een impuls aan de natuurontwikkeling, vismigratie, waterveiligheid, landbouw en recreatie in Noord-Fryslân. De realisatie van een gemaal in de Waddenzeedijk zal bijdragen aan vergroting van de bemalingscapaciteit van de Friese boezem. De realisatie van het gemaal maakt tevens realisatie van een zoet-zoutovergang en visintrek mogelijk.

Vanaf het nieuwe gemaal is een zoet-zout overgang gerealiseerd naar de Waddenzee. Hiermee is een bestaand struikelblok weggenomen in de vismigratie. Vissen kunnen nu via het gemaal veilig het achterland bereiken en vice versa. Een veilige doorgang is erg belangrijk voor trekvissen op weg naar hun paai- of opgroeigebieden. Daarnaast zal de vegetatie rond de slenk in de nu nog zoete zomerpolder veranderen in een brakke of zilte vegetatie van kwelders. Dit gebied zal nu bovendien mee kunnen groeien met de klimaatverandering en bijdragen aan bescherming van het achterland. De slenk vormt voor vogels een belangrijk foerageergebied en ook voor broedvogels zijn maatregelen genomen om het gebied aantrekkelijker te maken. Naast doelstelling voor natuurbehoud en herstel draagt dit project ook bij aan versterken van de cultuurhistorie, waterveiligheid, recreatie en landbouw in Noord-Fryslân.

Buro Bakker heeft namens It Fryske Gea de ecologische – juridische beoordeling en begeleiding van dit project uitgevoerd. Een ruimtelijke ontwikkeling binnen Natura 2000–gebied Waddenzee vraagt om een zorgvuldige afweging van ecologische en juridische belangen. Naar aanleiding van de ecologische beoordeling zijn advies en aanbevelingen gedaan ten aanzien van de inrichting en uitvoering van dit project. Eind 2018 is dit project opgeleverd en is het nieuwe gemaal , De Heining, feestelijk geopend.

Projectomschrijving

Zowel binnendijks als buitendijks zijn verschillende werkzaamheden en aanpassingen aan de inrichting uitgevoerd. Binnendijks is er naast het realiseren van een nieuw gemaal ook een nieuw boezemkanaal gerealiseerd en zijn bestaande watergangen verbeterd en voorzien van nieuwe (vaar)duikers. Tevens is er een fietspad gerealiseerd en zijn er naast de nieuwe boezemvaart natuurvriendelijke oevers gerealiseerd. Buitendijks is een afwateringskanaal aangelegd, bestaande kades zijn opgehoogd, slenken (ver)gegraven, bestaande duikers verwijderd en bestaande slenken zijn aangesloten op de nieuwe zoet – zout overgang. Verder is er een kijkscherm geplaatst. Bij de uitvoering va de werkzaamheden is op voorhand rekening gehouden met de aanwezigheid van (beschermde) natuurwaarden.

Monitoring

Met het realiseren van de nieuwe zoet-zoutovergang in de Bokkenpollenpolder heeft It Fryske Gea de gelegenheid om een goed monitoringsprogramma op te zetten. Voorafgaand aan de inrichtingsmaatregelen is met diverse partijen ( Programma naar een Rijke Waddenzee, Van Hall, Wadvogelwerkgroep SOVON, Waddenacademie) een meerjarig monitoringsprogramma opgezet. Monitoring vindt plaats op de onderwerpen sedimentatie, verdeling zoet/zout, vegetatie, vis, macrofauna, broedvogels en benutting door ganzen. In 2014 hebben It Fryske Gea en Wetterskip Fryslân in samenwerking met Van Hall Larenstein een 0-meting gerealiseerd. De uitkomsten van deze meting en tussentijdse resultaten zijn in de ecologische effectanalyse meegenomen.

Toetsingskader en ecologische effectanalyse

Het projectgebied ligt in en aan de rand van het Natura 2000–gebied Waddenzee. Dit maakte het noodzakelijk om voor het voornemen een toetsing uit te voeren aan de vigerende natuurwetgeving, waaronder de Natuurbeschermingswet 1998 (vanaf 1 januari 2017 Wet natuurbescherming). Voor de Waddenzee zijn verschillende doelstellingen geformuleerd en door middel van een ecologische beoordeling is gekeken in welke mate het voornemen van invloed is op het behalen van deze doelstellingen. Vooral voor broedvogels en overwinterende vogels is dit deel van de Waddenzee van groot belang. Op basis van beschikbare verspreidingsgegevens is door Buro Bakker gekeken welke doelsoorten en habitattypen voorkomen binnen het projectgebied. Door middel van een ecologische effectanalyse is daarna bepaald wat de invloed is van het voornemen op deze doelsoorten en habitattypen. Soorten als de kluut, bontbekplevier en de visdief maken gebruik van de kwelders om te broeden. Maar ook soorten als de bruine kiekendief en de velduil kunnen hier tot broeden komen. Wintergasten zoals de brandgans, rotgans, smient, bergeend en lepelaars maken ook veelvuldig gebruik van de buitendijks gelegen gebied.

Vliegende kluten.

Uitkomsten ecologische beoordeling (effectanalyse)

Uit de ecologische effectanalyse blijkt dat de inrichtingswerkzaamheden en de inrichting na realisatie geen negatieve effecten hebben op de doelstellingen voor het Natura 2000-gebied Waddenzee. De draagkracht van het gebied voor broedvogels en niet-broedvogels ondervindt geen wezenlijke verandering. Voor het habitattype Schorren en zilte graslanden (H1330A) is er zelfs sprake van een positief effect omdat er sprake is van toename van het jonge stadium van dit habitattypen waarmee de bestaande kwaliteit wordt verbeterd. Ook in cumulatie met andere projecten is er geen sprake van negatieve effecten op de doelstellingen van de Waddenzee.

Eigenwijze pony op de kwelder.

Van planvorming naar realisatie

In de afgelopen jaren is door Wetterskip Fryslân en It Fryske Gea hard gewerkt aan de realisatie van dit project. Stap voor stap zijn de verschillende werkzaamheden uitgevoerd met inachtneming van de aanwezigheid van beschermde natuurwaarden. Dit project heeft kunnen slagen dankzij brede steun van o.a. overheden en natuurorganisaties. Eind 2018 is het project feestelijk afgerond met de opening van het nieuwe gemaal.

[ssba]