Blauwe ploppende kikkers

Rood licht voor vleermuizen; het hoe en waarom
28 maart 2018

Na een relatief koude periode in maand maart werden vanaf eind maart de eerste ploppende heikikkers gemeld in de noordelijke provincies. Vanaf begin april ging het echt los. Reden voor Buro Bakker om het veld in te gaan.

In de paartijd van de heikikker (Rana arvalis) kleuren de mannetjes van deze soort gedurende een aantal dagen blauw. Daarnaast laten ze een zacht maar kenmerkend ploppend geluid horen. Dit geluid brengen ze vooral in het donker of schemer ten gehore. De paartijd vindt meestal plaats tussen half maart en half april. Wanneer de kikkers blauw worden en paringskoren vormen is afhankelijk van de watertemperatuur en de regio. Doorgaans begint de paartijd van de heikikker in het zuiden van Nederland eerder en is er eerder activiteit op de zand- en veengronden dan op de kleigronden. De soort komt vooral voor in de hogere delen van het land. Ze hebben een voorkeur voor vochtige heidegebieden, waar sprake is van veenvorming en hoog- en laagveengebieden. De heikikker wordt ook aangetroffen in vochtige schraalgraslanden, duinvalleien, bosranden, langs meren en rivieren en in komkleigebieden.

Buro Bakker heeft een aantal projecten in Drenthe, Friesland en Groningen waar heikikkers voorkomen. In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen of als monitoring van compensatiegebieden worden heikikkerpopulaties in beeld gebracht. Bij één van de projecten: ‘Meerstad’ dienen zelfs heikikkers en eiklompen te worden weggevangen en verplaatst naar compensatiegebieden. In week 14 en 15 zijn ecologen van Buro Bakker vaak ’s nachts op pad geweest om te luisteren naar heikikkers of om ze te verplaatsen.  De activiteit van heikikkers begint nu af te nemen. Na de paarperiode gebruikt Buro Bakker andere methodes om heikikkers in kaart te brengen. Zo kunnen larven in de periode mei – juni gedetermineerd worden en kan er in de periode augustus – september gezocht worden naar juveniele heikikkers.