Vegetatie-, flora- en structuurkartering Mandefjild

Opdrachtgever: It Fryske Gea
Jaar van uitvoering: 2015
Contactpersoon: André Kloosterman

Aanleiding

In opdracht van It Fryske Gea hebben we in 2015 een vegetatie-, flora- en structuurkartering uitgevoerd in het Mandefjild. Aanleiding hiervoor is de monitoringsverplichting die voortvloeit uit de Subsidieregeling Natuur en Landschap (SNL). Op basis van de vegetatiekartering hebben we It Fryske Gea geadviseerd over de effectiviteit van het gevoerde beheer.

Het Mandefjild ligt ten oosten van Bakkeveen in Friesland en bestaat uit grasland, droge en vochtige heide, pioniervegetaties, bos en enkele akkers. Een deel van het gebied ligt binnen de grenzen van het Natura 2000-gebied Bakkeveense Duinen.

Methode

In dit onderzoek zijn de structuurkenmerken en typische soorten van de SNL-beheertypen die in het Mandefjild voorkomen in kaart gebracht. Zo kunnen uitspraken gedaan worden over de kwaliteit waarin de beheertypen zich bevinden. Daarnaast is er een vegetatiekartering uitgevoerd. Met deze vegetatiekartering wordt tevens in beeld gebracht wat de toestand is van de in het gebied aanwezige Natura 2000-habitattypen.

De tijdens het veldwerk gebruikte vegetatietypologie sluit aan bij de definities van de habitattypen. Aan de hand van toevoegingen zijn de structuurelementen in kaart gebracht.

Resultaten

Uit de vegetatiekartering blijkt dat het merendeel van de graslanden zich nog in een voedselrijk stadium bevindt. Plaatselijk zijn echter goed ontwikkelde droge schrale graslanden gekarteerd die tot de Vogelpootjesassociatie gerekend kunnen worden. Hierin komen soorten als Klein vogelpootje, Vroege haver, Zandblauwtje, Dwergviltkruid en Bosdroogbloem voor.

Heischrale graslanden komen plaatselijk voor in het karteergebied. Meestal betreft het vrij soortenarme en grazige vegetaties met Borstelgras en Liggend walstro. Op één plek is echter een soortenrijkere heischrale vegetatie aangetroffen waarin naast Borstelgras ook Tandjesgras, Blauwe zegge en Stijve ogentroost voorkomen. Deze vegetaties kwalificeren voor het habitattype Heischrale graslanden en hebben een goede kwaliteit. Het Natura 2000-gebied is echter niet aangewezen voor dit habitattype.

vegetatiekartering

Stijve ogentroost

De gekarteerde droge heidevegetaties zijn meestal weinig vergrast en worden gedomineerd door Struikhei of Kraaihei. Ze vallen onder het habitattype Stuifzandheiden met Struikhei of Binnenlandse kraaiheibegroeiingen en hebben overwegend een goede kwaliteit. De vochtige heide die in het gebied voorkomt is meestal sterk vergrast met Pijpenstrootje, waardoor het habitattype Vochtige heide vooral in matige kwaliteit aanwezig is.

Pioniervegetaties komen verspreid voor in het onderzoeksgebied. Een goed ontwikkelde pioniervegetatie komt in het Mandefjild voor in de oever van een ven en wordt gedomineerd door Oeverkruid. Naast deze soort komen onder meer Waternavel en Zwarte zegge voor. Deze vegetatie kwalificeert voor het Natura 2000-habitattype H3130 Zwakgebufferde vennen, zij het in een matige kwaliteit. Ook voor dit habitattype is het gebied niet aangewezen.

Mogelijk leiden de bevindingen van deze vegetatiekartering er toe dat er in de toekomst alsnog instandhoudingsdoelen worden geformuleerd voor de habitattypen Heischrale graslanden en Zwakgebufferde vennen.

Advies over het beheer

In het gebied wordt begrazingsbeheer uitgevoerd. Uit de soorten- en vegetatiekartering maken we op dat dit beheer zijn vruchten afwerpt. Dit is met name het geval in de schraallanden, waar begrazing met paarden leidt tot fraaie heischrale vegetaties waarin Stijve ogentroost floreert en een soortenrijke vegetatie met de Vogelpootjesassociatie voorkomt.

dscn5420

Om de vergrassing met Pijpenstrootje in de vochtige heide tegen te gaan wordt er geplagd en begraasd met schapen. Het is wenselijk om dit beheer voort te zetten gewenst om de heide vitaal te houden.

 

[ssba]